Zoals u in ons vorige blog kon lezen, staan wij in een drieluik stil bij de problematiek in de jeugdzorg. De continuïteit van de jeugdzorg is in het geding, en in onze optiek komt dit door een gebrek aan echte dialoog tussen zorginstellingen en gemeenten. We kijken waar die vandaan komt en wat we eraan kunnen doen. We keken al naar de situatie bij zorginstellingen en wat zij kunnen leren van de afgelopen jaren, deze keer nemen we de gemeentes onder de loep. Hoe hebben zij zich opgesteld na de decentralisatie en wat betekent dat voor de huidige situatie?

Initieel lag de focus op budgetbeheersing

Echte dialoog was voor gemeenten vanaf het begin van de decentralisaties lastig. De nadruk lag in eerste instantie op het leren beheersen van budgetten die via het gemeentefonds naar gemeenten werden overgeheveld. We moeten niet vergeten dat hier sprake is geweest van een van de grootste budgetverschuivingen uit de gemeentelijke geschiedenis.

Tot aan de decentralisaties hadden gemeenten alleen zeggenschap over de huishoudelijke hulp; met de decentralisaties kwam complexere WMO-vormen daar ineens bij, zoals bijvoorbeeld Dagbesteding maar ook Beschermd Wonen. Daarbovenop kwam ook nog eens de integrale verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Jeugdzorg naar gemeenten toe: niet alleen relatief eenvoudige Jeugdhulp maar ook meer complexe Jeugd-GGZ en Jeugdbescherming en –reclassering werden onderdeel van de portefeuille van gemeenten.

Dit was het speelveld waarop B&W, gemeenteraden en het ambtenarenapparaat vooral naar binnen keken: zij vestigden hun tijd en aandacht op interne zaken die te maken hadden met budgetbeheersing, het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere gemeenten, en het opzetten en uitvoeren van aanbestedingen, en moesten tegelijk ook nog leren indiceren en plaatsen en het uitvogelen van allerlei verantwoordingsvormen en administratieprotocollen. Relaties en dialoog met zorginstellingen pasten daar niet tussen.

Afwachtende blik

Het herkennen en erkennen van gemeentelijke verantwoordelijkheid voor een gezond landschap van zorgaanbieders gericht op keuzevrijheid van burgers was nog een brug te ver. Het gaat hier om het organiseren van zeer belangrijke en basale zorg voor een groep die niet makkelijk voor zichzelf opkomt.

Het veel gehoorde devies was hier ‘eerst decentraliseren, daarna transformeren’. De transformatie is nog niet een feit. Een ingewikkelde, grootschalige verandering heeft baat bij verantwoordelijkheidsgevoel en assertiviteit; niet bij een afwachtende blik. Daarmee maakten gemeentes een valse start in de samenwerking met zorginstellingen die eigenlijk nooit meer is ingehaald. Juist ook omdat die instellingen hun eigen problemen hadden, is dit nooit overbrugd en alleen maar groter geworden.

Next step

Wat nu? Wat zijn dan, onder het mom van ‘transformatie’, de benodigde stappen? De standaardadministratieprotocollen, die nu in ontwikkeling zijn, zijn een goede eerste stap. Maar er is meer nodig. Wij zeggen: breng doelgroepen in kaart en organiseer de juiste zorg daaromheen. Betrek de voorkeuren van de cliënten en hun omgeving. Zoek aansluiting bij onderwijs. Maak ruimte om – binnen aanbesteding of daarbuiten (Open House of niet) – een wederkerige contractrelatie aan te gaan. Help zorginstellingen met het organiseren van een goede backoffice: continuïteit en voorspelbaarheid bij zorginstellingen is immers ook in het belang van gemeenten.

 

The Beagle Armada: Oog voor verandering, hart voor de zorg