De problematiek in de jeugdzorg maakt de laatste weken veel los. Ook bij ons. In een eerder artikel pleitten we zelf al voor een menselijkere benadering van de jeugdzorg. Dit omvat voor ons: een ondergrens afspreken voor de zorg die we deze jongeren moeten bieden, hoe duur of ingewikkeld dit ook kan zijn 

In het verlengde hiervan, en van de vele artikelen die in het nieuws verschijnen en zullen blijven verschijnenwillen wij onze visie op de ontstane situatie in de jeugdzorg verder onder de aandacht brengen.  

Daarom is dit stuk het eerste deel van een drieluik over de jeugdzorg. We kijken waar deze situatie vandaan komt, zowel binnen zorginstellingen als gemeentes en naar wat we eraan kunnen doen. In het eerste deel: onprofessionele zorginstellingen en slechte organisatie. 

 

Een wankele basis

De problemen in de jeugdzorg lijken een kritiek punt te bereiken: in veel gevallen staat de continuïteit van de jeugdzorg onder druk. Bij alle kritieke punten is het goed om te kijken naar de voorgeschiedenis. Veel zorginstellingen zien de decentralisatie van de jeugdzorg als het moment waarop het misgingEr veranderde veel en niet alles veranderde goed, dat is wel duidelijk. Zorginstellingen moesten gaan werken in opdracht van gemeentes. Een nieuwe, onervaren partner in het vak.  

In elke samenwerking is het belangrijk om een bepaalde basis vast te leggen die zorgt voor een goede manier van werken. Gedurende de decentralisatie van de jeugdzorg werd die basis niet gelegd. Zorginstellingen moesten ineens gaan meedraaien in aanbestedingen; verder ontbrak het aan duidelijke afspraken over processen, producten en tarieven, en er was sprake van veel handmatig werk als gevolg van een trage implementatie van iStandaarden. Zo maak je een goede samenwerking wel erg ingewikkeld. 

 

Backoffices bij zorginstellingen

Maar laten we niet vergeten dat zorginstellingen ook voorafgaand aan de decentralisatie al moeite hadden met professionaliseringspecialisatie op aanbod en doelgroep, zorgverkoop, goede planning en budgettering en volledige organisatie van de benodigde zorgverlening, en juiste en tijdige facturatie van zorg zijn altijd al moeilijk geweest. 

De backoffices functioneerden wel, maar slechts op een minimaal uitvoerend en taakgericht niveau. Het ontbrak aan ervaring en visie op het niveau van processen en ketensterwijl juist dat nodig was om de administratie verder te ontwikkelen en goed om te gaan met de vele veranderingen. Bij een backoffice met veel parttime medewerkers, grote uitstroom, nieuwe contractpartijen en complexe regelgeving, is overzicht en aansturing nodig. En visie op samenwerking in de keten, terwijl juist dat ontbrak.  

Dit plaatst de roep om hogere tarieven in een ander daglicht: niet het ophogen van tarieven is de sleutel, maar het ophogen van de kwaliteit van de backoffice. En als je tarieven al wilt verhogen, dan is de kwaliteit van de backoffice randvoorwaardelijk. 

 

Dialoog 

Een echte dialoog tussen gemeenten en zorginstellingen was belangrijk, maar was ook juist datgene wat ontbrak. Gemeenten stelden zich op het standpunt ‘wie betaalt die bepaalt’ en zorginstellingen waren blij met alle contracten die ze konden binnenslepen. Het is belangrijk om de dialoog, die in de keten zo lang achterbleef, nu op te starten, om zo de continuïteit van de jeugdzorg te realiseren. Gemeenten en zorginstellingen hebben elkaar nodig om dit te doen. Dit besef dient door te dringen tot iedereen die hierbij betrokken is. 

 

The Beagle Armada – Oog voor verandering, hart voor de zorg